BOUWonderWIJS.pagina.nl

De ARCHI~FKAST

CD- / INTERNET BOUWPROJECTEN OVERZICHT

 

 

 

 

Project:   StaBib

 

(Klik HIER voor de overige beschikbare informatie betreffende dit bouwproject)

(Klik HIER voor meer ARCHI~formulieren –ook van andere bouwprojecten- gesorteerd op onderwerp)          

 

 

UITVOERING; KRANEN 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KRANEN

 

Voor het project zijn in totaal 6 bouwkranen ingezet  waarbij plaats, zwaarte en gieklengte werd bepaald door de ruwbouwfase.

 

Kraan A (Potain H30/40C, zie specificatieblad) had een gieklengte van 55 meter en stond in vaste opstelling bij de bouwdelen A en B. Voor blok B kan hierdoor de aanvoer van de materialen ook plaats vinden vanaf de Turfmarkt. Door het creeren van een weg over het kelderdek tussen de bibliotheek en de atriumgevel, kon ook van daar uit bevoorrading plaatsvinden. Tevens was deze weg nodig voor de demontage van de kraan en voor het plaatsen van een hulpkraan ten behoeve van de montage van de staalconstructie van de gevels en delen van het atrium.

Daarnaast was de positie van kraan A zodanig gekozen dat hij hulp kon verlenen aan kraan C die, in verband met extra werkzaamheden daar (liftschacht, raadzaal etc.) zeer zwaar bezet was.

 

De kranen C en D (Potain H30/30C) hadden een gieklengte van 55 meter en stonden eveneens in vaste opstelling. Omdat de draaicirkels boven de Kalvermarkt kwamen (hetgeen niet is toegestaan gezien de drukke verkeerssituatie met rams, bussen etc.) waren deze kranen voorzien van hoekbegrenzers door middel van geluidssignalen. Verder waren de vaste opstellingsplaatsen, in verband met het mogelijk risico voor het verkeer bij een zware aanrijding, uitgevoerd met een aanrijdbeveiliging.

 

De kranen E en F (Potain H30/30C) hadden een gieklengte van 55 resp 50 meter en stonden in vaste opstelling op rails.

Kraan E is in verband met de hoogte voorzien van een extra onderverankering. In de rusbouwfase 3 en 4 werd kraan F, na het verwijderen van de damwand ten behoeve van de bouwput en het aanbrengen van extra spoor, een railkraan in verband met de werkzaamheden voor blok G. Hierbij dienden echter maatregelen te worden getroffen om te voorkomen dat de giek van de kraan tegen de hoogbouw van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zou draaien. Dit gebouw is hoger dan de kraan en op een deel van het spoor lag het binnen de draaicirkel van de kraan. Deze positie was demarkeerd op het spoor en de kraan was voorzien van een hoekbegrenzer door middel van geluidssignalen, zodat hij voor de noodzakelijke werkzaamheden alleen in overleg met de uitvoerder binnen het bereik van het Ministerie mocht komen.

 

Kraan G (Potain H20-14C) had een gieklengte van  45 meter en stond in vaste opstelling, echter ook op rails. Ook kraan G is aan de Kalvermarktzijde voorzien van een hoekbegrenzer door middel van geluidssignalen.

 

De kranen klommen mee met de ruwbouw. De gieklengten en haakhoogten waren uiteraard zodanig gekozen dat de kranen niet tegen het gebouw of tegen elkaar zouden draaien. Tevens was rekening gehouden met gebouwen in de naaste omgeving.

Het minimale hoogteverschil tusen de gieken en de tuidraden van de kranen onderling bedraagt theoretisch minimaal 900 mm (Gemeten is, dat de giek per meter lengte 39 mmomhoog loopt in de hoogste kraanstand. Met een giek van 50 meter wordt dit dus 1950 mm. De doorbuiging met last bedroeg 450 mm op de punt ten opzichte van de hoogste stand. Derhalve zal het verschil tussen de kranen in de praktijk alstijd groter zijn dan 900 mm).

Het opdelen in bouwstromen is in de gehele organisatie zo ver als wenselijk doorgevoerd (zie organogrammen), dus ook wat betreft gegevensverstrekking en het indelen van voorbereidings- en organisatietaken.

Het nadeel van opsplitsen is uiteraard dat “ergens” in de organisatie, in dit geval bij de bedrijfsleider en hoofd voorbereiding en werkorganisatie, de stromen weer gecoördineerd dienden worden en ingepast in het gehele proces.

Het grote voordeel is echter, naast de betere “herkenbaarheid” voor de medewerkers ten aanzien van hun taken, dat bij afwijkingen deze sneller inzichtelijk gemaakt worden en hun invloed ten opzichte van het totale proces makkelijk te isoleren en te beheersen blijft.

 

In de gehele ruwbouwfase heeft deze aanpak naar behoren gefunctioneerd.