BOUWonderWIJS.pagina.nl

De ARCHI~FKAST

CD- / INTERNET BOUWPROJECTEN OVERZICHT

 

 

 

 

Project:   Singeltoren

 

(Klik HIER voor de overige beschikbare informatie betreffende dit bouwproject)

(Klik HIER voor meer ARCHI~formulieren –ook van andere bouwprojecten- gesorteerd op onderwerp)          

 

 

UITVOERING; MAATVOERING 

 

 

 

 

 

 

 

Er is begonnen om aan te geven waar de bouwput moest komen. Dit is aan de hand van de voerstraalmethode gedaan.

Vanuit een of meer punten worden bij de voerstraalmethode hoeken en afstanden gemeten naar de hoekpunten van het object. Hoeken worden gemeten met een theodoliet en afstanden met een meetband, of met een elektro-optische afstandmeter die op of in de theodoliet gemonteerd is. Het kan ook met een totall station gedaan worden deze kan de hoek uitzetten en ook gelijk de afstand opmeten. Als de opmeting vanuit 2 of meer standplaatsen gebeurt, moeten deze standplaatsen ten opzichte van elkaar worden vastgelegd.

Nadat de bouwput was ontgraven konden de piketten geplaatst worden aan de hand van de voerstraalmethode, op de plaatsen waar de palen moesten komen te staan.

 

 

 

                                                              

Maatvoerderbon.

 

Voorbeeldberekening van de voerstraalgegevens

 

Om de ligging van belangrijke punten te bepalen of de plaats van belangrijke punten uit te zetten, kunnen we gebruikmaken van een rechthoekig assenstelsel. We onderscheiden twee loodrecht op el­kaar staande assen, die elkaar snijden in de oorsprong. De assen verdelen de ruimte in vier kwadranten.

Het eerste kwadrant wordt ingesloten door de positieve richting van de y-as en de positieve richting van de x-as. Het tweede kwadrant door de positieve richting van de x-as en de negatieve richting van de y-as. enzovoort. Wanneer de uit te zetten punten liggen in de kwadranten 2 & 4 moeten we rekening houden met negatieve en positieve x- en y-waarden.

Ligt nu een punt C in het eerste kwadrant. dan is zijn plaats bepaald door de afstand tot de x-as en de afstand tot de y-as. Samen zijn het de coördinaten. In de tekening zijn de coördinaten van heipaal 1: x =  5660 mm en y = 9100 mm. Aan het plusteken voor beide getallen kan worden gezien dat het punt in het eerste kwadrant ligt. Is nog een ander punt in coördinaten bekend, bijvoorbeeld heipaal  D, X = 1260 mm en y =  7400 mm. dan is tevens de richting en de lengte van de lijn DC bepaald.

De hoek die de lijn AC maakt met de positieve richting van de y-as wordt het argument genoemd en wordt uitgedrukt in gon. De hoek wordt steeds rechtsom genomen: alpha 1 en alpha 2.

 

Bij het uitzetten met de voerstraalmethode moet gewerkt worden vanuit een hoofdreferentielijn. Het beginpunt van de lijn (punt A) is de standplaats van de theodoliet. Het eindpunt van de lijn is het richtpunt (punt B) zie tekening

 

De richtingen en afstanden van de uit te zetten punten worden vooraf berekend. Dit levert de voerstraaltabel (zie tabel) op. Op deze manier worden de richtingen en afstanden snel en nauwkeurig uitgezet. Van de ligging van de puntnummers wordt een eenvoudige schets gemaakt.

 

Kwadrant

X

Y

Tan alpha = x/y

AC

1

+

+

+

Alpha

2

+

-

-

200g – alpha

3

-

-

+

200g + alpha

4

-

+

-

400g - alpha

 

Kwadrant

X

Y

Tan alpha = x/y

AC

1

5660

9100

35.423

34.423

2

1260

-5280

-14.913

185.087